Het merendeel van de discussie met – of vaker: de retoriek tegen – Hendrikse heeft betrekking op zijn atheïstische stellingname. De titel drukt een paradox uit die velen niet kunnen meemaken. Nòg kom ik in besprekingen tegen dat Hendrikse wordt neergezet als de dominee die niet in God gelooft. Het lezen van de titel zou al genoeg moeten zijn om dat te corrigeren: hij gelooft wèl in God, zij het in een God die niet bestaat.
Daarover schrijft Hendrikse zelf: ‘Het woord ‘bestaan’ is niet van toepassing op wat ik ‘God’ noem. Daarmee druk ik uit dat mijn God niet is onder te brengen in de categorie verschijnselen die met het woord ‘bestaan’ kunnen worden beschreven. Daar wordt vaak wat minder geschokt op gereageerd, maar het komt op hetzelfde neer: God bestaat niet’ (p. 19). Tot zover Hendrikse. Of die twee uitspraken inderdaad hetzelfde betekenen waag ik te betwijfelen, maar daarover straks.
Op God is het woord ´bestaan´ niet van toepassing, want God is anders. Totaal anders dan alle dingen om ons heen, dingen die we kunnen voelen, ruiken, tasten. Het is als een soort omgekeerd platonisme. Plato meende dat het woord ‘bestaan’ niet op de dingen, op de materie van toepassing was. Alleen God en ‘de ideeën’ bestaan in de volle zin van het woord. Wat wij zien en meemaken zijn daarvan maar schaduwen. Hendrikse gelooft in een God die niet bestaat, Plato drinkt wijn die niet bestaat… Per saldo is het dezelfde gedachte: God en de wereld waarin we leven kunnen niet in één adem genoemd worden!
'God is anders´- dat is niet minder dan een lofprijzing! God is van een andere orde. God is niet een onzichtbaar ‘wezen’ dat ergens ‘zit’. Zo waren de goden van de heidenen. Dat heel veel christenen gestoken reageren op Hendrikse zou wel eens kunnen betekenen dat ze van de vele heidense goden er uiteindelijk één hebben overgehouden en die noemen we nu de christelijke God. Maar het hele OT spreekt van een God die radicaal anders is, die zich niet laat zien, niet laat begrijpen en niet te lokaliseren is. God was niet in het onweer, niet in de storm (zoals de heidenen dachten), maar in het suizen van een stilte… En Jezus spreekt niet anders over God. Tenminste, als we niet vergeten dat de dingen die over God worden gezegd beelden en metaforen zijn en geen beschrijvingen. Alles wat we van God zeggen is ‘bij wijze van spreken’ en ‘alle spreken over boven komt van beneden’. Daarom kun je beter zingen dan theologie bedrijven!
Heel veel christenen, voornamelijk orthodoxe gelovigen, lijken dit toch ‘te weinig’ te vinden. Ze willen meer houvast: bevestiging van de historische gegevens, geïnspireerde bijbelschrijvers, een God die een wezen is met allemaal persoonlijke kenmerken. Toen ik in 1998 ‘door de grote woorden zakte’, realiseerde ik mij dat het er niet toe doet wat je van de bijbel gelooft of wat je van God denkt. Er zijn mensen die stoer en vroom beweren dat de bijbel ‘van kaft tot kaft’ Gods woord is en dat God de wereld in 6 dagen schiep… maar in hun leven lijkt het betekenisloos. Sommige anderen weten het zo zeker allemaal niet maar gaan wel op weg, maken wel ernst met het Koninkrijk van God en de navolging van Jezus, leven wel met de aarde als ‘schepping van God’. Het laatste (het doen) zegt kennelijk niet zoveel over het eerste (weten).
Ik herinnerde mij destijds dat Jezus zelf had gezegd: ‘wie al deze woorden hoort en ze doet… is een wijs man’ – niet wie ze hoort en ze voor geïnspireerd verklaart, er boeken over schrijft en preken over houdt… nee: wie ze hoort en ze doet! Daar stond ik dan met al mijn orthodoxe theologie – maar deed ik het ook? Daar komt het op aan. Hendrikse herinnerde mij weer aan die ontnuchterende en bevrijdende ontdekking. Of God voor mij een bestaand wezen is of niet, doet dan niet ter zake. Heeft God betekenis voor mij? Roept hij mij om op weg te gaan? Hoor ik zijn stem? Doe ik de woorden van God, leef ik het? Dàt zijn voor mij de wezenlijke vragen gebleken. ‘Zonder mensen is God nergens’, vat Hendrikse dat kort samen.
Ik denk dat ook Hendrikse dat bedoelt. Daarom ben ik blij met dit boek. Toch – dat moet me wel van het hart - zet hij mensen zelf ook onnodig op het verkeerde been, is mijn indruk. Hij meent immers dat de uitspraak ‘op God is het woord ‘bestaan’ niet van toepassing’ hetzelfde betekent als ‘God bestaat niet’. Dat lijkt mij een vergissing. Als je van God niet wilt of kunt zeggen dat hij bestaat, dan kun je evenmin zeggen dat hij niet bestaat. Je zult dan het woord ‘bestaan’ helemaal niet moeten gebruiken, zelfs niet in ontkennende zin. Of zoals een vriend van mij het samenvatte: ‘Als je zegt dat je muziek niet kunt uitdrukken in kleuren, dan kun je van een symfonie van Beethoven ook niet zeggen dat het niet rood is!’ Daarover later.
Boele P. Ytsma
www.zoekendgeloven.nl
Daarover schrijft Hendrikse zelf: ‘Het woord ‘bestaan’ is niet van toepassing op wat ik ‘God’ noem. Daarmee druk ik uit dat mijn God niet is onder te brengen in de categorie verschijnselen die met het woord ‘bestaan’ kunnen worden beschreven. Daar wordt vaak wat minder geschokt op gereageerd, maar het komt op hetzelfde neer: God bestaat niet’ (p. 19). Tot zover Hendrikse. Of die twee uitspraken inderdaad hetzelfde betekenen waag ik te betwijfelen, maar daarover straks.
Op God is het woord ´bestaan´ niet van toepassing, want God is anders. Totaal anders dan alle dingen om ons heen, dingen die we kunnen voelen, ruiken, tasten. Het is als een soort omgekeerd platonisme. Plato meende dat het woord ‘bestaan’ niet op de dingen, op de materie van toepassing was. Alleen God en ‘de ideeën’ bestaan in de volle zin van het woord. Wat wij zien en meemaken zijn daarvan maar schaduwen. Hendrikse gelooft in een God die niet bestaat, Plato drinkt wijn die niet bestaat… Per saldo is het dezelfde gedachte: God en de wereld waarin we leven kunnen niet in één adem genoemd worden!
'God is anders´- dat is niet minder dan een lofprijzing! God is van een andere orde. God is niet een onzichtbaar ‘wezen’ dat ergens ‘zit’. Zo waren de goden van de heidenen. Dat heel veel christenen gestoken reageren op Hendrikse zou wel eens kunnen betekenen dat ze van de vele heidense goden er uiteindelijk één hebben overgehouden en die noemen we nu de christelijke God. Maar het hele OT spreekt van een God die radicaal anders is, die zich niet laat zien, niet laat begrijpen en niet te lokaliseren is. God was niet in het onweer, niet in de storm (zoals de heidenen dachten), maar in het suizen van een stilte… En Jezus spreekt niet anders over God. Tenminste, als we niet vergeten dat de dingen die over God worden gezegd beelden en metaforen zijn en geen beschrijvingen. Alles wat we van God zeggen is ‘bij wijze van spreken’ en ‘alle spreken over boven komt van beneden’. Daarom kun je beter zingen dan theologie bedrijven!
Heel veel christenen, voornamelijk orthodoxe gelovigen, lijken dit toch ‘te weinig’ te vinden. Ze willen meer houvast: bevestiging van de historische gegevens, geïnspireerde bijbelschrijvers, een God die een wezen is met allemaal persoonlijke kenmerken. Toen ik in 1998 ‘door de grote woorden zakte’, realiseerde ik mij dat het er niet toe doet wat je van de bijbel gelooft of wat je van God denkt. Er zijn mensen die stoer en vroom beweren dat de bijbel ‘van kaft tot kaft’ Gods woord is en dat God de wereld in 6 dagen schiep… maar in hun leven lijkt het betekenisloos. Sommige anderen weten het zo zeker allemaal niet maar gaan wel op weg, maken wel ernst met het Koninkrijk van God en de navolging van Jezus, leven wel met de aarde als ‘schepping van God’. Het laatste (het doen) zegt kennelijk niet zoveel over het eerste (weten).
Ik herinnerde mij destijds dat Jezus zelf had gezegd: ‘wie al deze woorden hoort en ze doet… is een wijs man’ – niet wie ze hoort en ze voor geïnspireerd verklaart, er boeken over schrijft en preken over houdt… nee: wie ze hoort en ze doet! Daar stond ik dan met al mijn orthodoxe theologie – maar deed ik het ook? Daar komt het op aan. Hendrikse herinnerde mij weer aan die ontnuchterende en bevrijdende ontdekking. Of God voor mij een bestaand wezen is of niet, doet dan niet ter zake. Heeft God betekenis voor mij? Roept hij mij om op weg te gaan? Hoor ik zijn stem? Doe ik de woorden van God, leef ik het? Dàt zijn voor mij de wezenlijke vragen gebleken. ‘Zonder mensen is God nergens’, vat Hendrikse dat kort samen.
Ik denk dat ook Hendrikse dat bedoelt. Daarom ben ik blij met dit boek. Toch – dat moet me wel van het hart - zet hij mensen zelf ook onnodig op het verkeerde been, is mijn indruk. Hij meent immers dat de uitspraak ‘op God is het woord ‘bestaan’ niet van toepassing’ hetzelfde betekent als ‘God bestaat niet’. Dat lijkt mij een vergissing. Als je van God niet wilt of kunt zeggen dat hij bestaat, dan kun je evenmin zeggen dat hij niet bestaat. Je zult dan het woord ‘bestaan’ helemaal niet moeten gebruiken, zelfs niet in ontkennende zin. Of zoals een vriend van mij het samenvatte: ‘Als je zegt dat je muziek niet kunt uitdrukken in kleuren, dan kun je van een symfonie van Beethoven ook niet zeggen dat het niet rood is!’ Daarover later.
Boele P. Ytsma
www.zoekendgeloven.nl






3 reactie(s) (klik hier om te reageren!):
Ha Boele,
Super dat je dit boek zo bespreekt!Zit nog wel te denken over een paar dingen.
Jouw bespreking lijkt nu zich nu vooral te focussen op de vraag of het woord 'bestaan' en het woord 'God' in één zin kunnen voorkomen. Daarbij hebben jij en Hendrikse wat mij betreft helemaal gelijk als jullie stellen dat bestaan in menselijke zin en het bestaan van God totaal anders zijn. Van een andere categorie. En dat 'bestaan' daarom wellicht een wat platte, menselijke uitdrukking is om dat te duiden.
Ook wat betreft de nadruk op doen in plaats van belijden/geloven, daar herken ik zeker wat in.
Wat ik me wel afvraag: in hoeverre is God in de ogen van Hendrikse meer dan een menselijke reflectie/projectie? Hoewel mijn beschrijving van God Hem natuurlijk altijd tekort doe, houd ik me wel vast aan het idee dat God in ieder geval méér is dan ik ben. Wanneer God in ons denken verwordt tot niet meer dan een brainwave of een onpersoonlijke natuurenergie, dan heb ik daar wat minder mee. Los van of de bijbel van kaft tot kaft foutloos is, ik geloof wel dat God zich door de bijbel - en via andere wegen - laat kennen als Iemand met een persoonlijkheid en wil (al zijn dat natuurlijk erg menselijke begrippen). Hoe kijkt Hendrikse daarnaar? Durft hij - al was het maar aan de hand van een schaduw - nog iets te zeggen over wat God wel is en wil?
Sterke bespreking. Dergelijke verhalen zijn goed tegen een 'God in je broekzak'-geloof, maar het lijkt mij dat Hendrikse te ver het andere uiteinde opzoekt.
Ik zou zweren dat deze discussie ergens in de kerkgeschiedenis is gevoerd. Helaas heb ik daar geen boek over binnen handbereik.
"Zijn onze categorieën geschikt om God mee te beschrijven?" was toen de vraag. Wie ja zei, had een probleem: hoe vang je een oneindige God in onze eindige categorieën? Wie nee zei, had ook een probleem: hoe kunnen we nog spreken over God?
Uiteindelijk werd besloten dat onze termen en begrippen ("goed", "liefdevol", etc) niet hetzelfde zijn als de hemelse termen en begrippen, maar daar wel mee corresponderen. De term "goed" in "Bruin brood eten is goed" is een andere term dan in "God is goed", maar er zijn wel overeenkomsten of paralellen.
Vandaar ook de vele gelijkenissen in de Bijbel, die elkaar soms tegenspreken. Zijn we bijvoorbeeld nu 'aangenomen als zonen' of 'wedergeboren'? :S.
Persoonlijk heb ik vertrouwen dat mijn beeld of idee van God, op de een of andere manier verwijst naar de God die ten diepste onkenbaar is.
Gijs stelt dat deze discussie al eens is gevoerd. Dat is ook zo, nl. in 1656 door Spinoza. Hij is vanwege zijn afwijzing van de supranaturalistisch Godsbeeld uit de Portugeesjoodse gemeenschap verbannen. Dat was dus 350 jaar geleden. Zo nieuw zijn die gedachten van Hendrikse niet. Het feit dat er nu zo veel opschudding over is geeft te denken.
Een reactie plaatsen