woensdag, december 05, 2007

In gesprek met Hendrikse (3) geloven is doen


In alle interviews met ds. Klaas Hendrikse die ik heb bekeken of beluisterd vertelt hij dat hij graag het gesprek wil openen - het gesprek over ´wie of wat is God?’ Vooralsnog lijkt dat gesprek niet erg te lukken. Meestal wordt Hendrikse vooral beschoten. Toch werd het interview dat Wim Brands voor het VPRO-programma Boeken met hem had bijna een gesprek. Ik meende zelfs aan het einde te merken dat Hendrikse werd uitgedaagd zelf wat bij te stellen. Bemoedigend, wat mij betreft. Intussen wil ik niet meer en niet minder doen, dan wat overwegingen met je delen. Het is niet uitputtend en ook niet bedoeld als een analyse van wat Hendrikse wel of niet bedoelt – dat kunnen we hem beter zelf laten vertellen.

Hendrikse vertelt ons niet alleen wat hij niet van God gelooft – namelijk dat hij zou bestaan (zie mijn blog van gisteren) -, maar ook wat hij wèl van God gelooft. ‘God’ is een woord dat hij gebruikt voor een gebeurtenis die een ervaring wordt. Als er iets ‘gebeurt’, in mensen en tussen mensen, dan is er sprake van God. En op het verwijt dat je dan het woord God voor alles kunt gebruiken, zegt hij: ‘Nee, wie op deze manier het woord God gebruikt voor wat werkelijk ervaring wordt, is juist heel zuinig met het woord God. De voorbeelden die Hendrikse zelf vertelt zijn ontroerend.

Dat dit niet uit de lucht gegrepen is mag blijken uit een aantal boeiende verwijzingen naar Bijbelverhalen. Ik noem er één. De originele vertaling van de Godsnaam is verrassend en ontroerend: ‘Ga maar, dàn ga ik met je mee’. Alleen wie gaat, alleen wie het leven leeft, alleen wie de stem van God hoort en daarop antwoordt kan van God spreken. Wie op zijn stoel blijft zitten nadenken over God en zijn eigenschappen zal God niet ontmoeten, niet ervaren. Inderdaad, ‘zonder mensen is God nergens’, zonder mensen die gehoorzaam op weg gaan is God nergens! Het doet opnieuw verrassend veel denken aan Jezus’ parabel over de man die zijn huis op de rots bouwde. Dat is immers hij die ‘deze woorden hoort en ze doet’!

Op deze manier besef je opnieuw dat spreken over God nooit vrijblijvend kan zijn. Wie de naam van God in de mond neemt gaat òf op weg – zoekend, tastend, vertrouwend, twijfelend - òf vloekt! Daarom zou ik niet graag al te snel met een ‘maar’ komen. Hoe makkelijk kan een ‘maar’ worden tot een excuus om niet te gaan, om toch eerst een theologie in elkaar te knutselen. En dat is – het klinkt wat vreemd uit de mond van een theoloog -, dat is wat theologie vaak is: een excuus om niet te gaan. Het herinnert aan de ‘goedkope genade’ waar Bonhoeffer over schreef: een vergoeilijking van de ongehoorzaamheid, een rechtvaardiging van de zonde. Maar nu raak ik zelf in theologentaal verzeild.

Een goed lezer voelde hem niettemin al aankomen: ik heb wel een ‘maar’. Hendrikse zegt: geloven veronderstelt ervaring en God kan alleen genoemd worden als mensen in beweging komen en ervaren. Akkoord. Maar niet elke ervaring kan God genoemd worden! Zoals weliswaar elke koe een zoogdier is, maar niet elk zoogdier een koe. Je kunt de redenering niet straffeloos omdraaien! De God die we in de bijbel tegenkomen staat voor hele bepaalde ervaring. God is niet alles en alles is zeker niet God! Er is ook heel veel (ook ervaring) die niet God is of zelfs tegen God is! Wie de naam van God verbindt aan een ervaring, plaatst die ervaring in een verhaal! En wie in dat verhaal wil leven – het verhaal van het Koninkrijk van God, waarover Jezus sprak - die zal soms God ook tegenover zich vinden. Praten over God wordt zinloos als het richtingloos is, niet verbonden is met een verhaal!

Ik wil niet gaan invullen hoe Hendrikse hierover denkt – misschien kan ik het hem ooit een keer zelf vragen - maar hier vallen voor mij de gaten in het boek. En misschien – maar dat wil ik slechts als een vraag opwerpen -, misschien is het wel zo dat Hendrikse hier valt in de kuil van het modernistische reductionisme, waarin het hart ‘alleen maar’ een bloedpomp is en verliefdheid ‘alleen maar’ een hormonale reactie. Natuurlijk is het hart een bloedpomp en gaat verliefdheid gepaard met hormonale processen – maar het ‘alleen maar’ is een stap die we niet kunnen maken. Er blijft ook een geheim. Daarom kan ik zeggen: natuurlijk is God niet een onzichtbaar wezen ergens achter de schermen, natuurlijk is God ervaring van mensen, natuurlijk spreken we over ‘Boven’ met woorden van beneden… maar er blijft een Geheim over, de reductie van het ‘alleen maar ervaring’ is een even grote sprong in geloof (want in het onbekende) als het afgezworen geloof in een goddelijk wezen. God blijft ook Geheim.

Wij kunnen – al doende, terwijl we onderweg zijn – stuiten op dat Geheim, zoals ook vroeger mensen zijn gestuit op dat Geheim en erover hebben geschreven. Wat mij betreft is dat een reden om steeds weer mijn Godservaring te verbinden met het Verhaal van mensen met deze God. Maar daarover later meer.

Boele P. Ytsma
www.zoekendgeloven.nl

P.S. Voor wie deze theologische discussie wat te taai is: hou nog even vol, er komen ook weer andere tijden. Ik denk hierover nog twee of drie stukjes te moeten schrijven, over ‘het spel van de liturgie’ en over de kerk en de plaats van Jezus daarin. Misschien als laatste nog een samenvattend stukje. We zullen zien. De reacties die ik krijg stel ik overigens zeer op prijs en ik verwerk ze zo goed als ik kan, ook als ik ze niet expliciet noem.

1 reactie(s) (klik hier om te reageren!):

Nico-Dirk zei

Je posts zijn nog effe wennen voor me, een geheel nieuwe tak van sport. Tot mei dit jaar had ik de meer vrijzinnige tak van het christelijk geloof niet serieus genoeg genomen, da's mijn fout.

Ik wacht effe je totale reeks af, keep going!

 

blogger templates | Make Money Online