zaterdag, december 08, 2007

In gesprek met Hendrikse (slot): niet om Jezus heen

Het heeft mij verbaasd dat – voor zover ik heb kunnen overzien – er weinig discussie over het laatste hoofdstuk van het boek van Hendrikse is geweest. Wat mij betreft is dat het hoofdstuk waarmee hij zichzelf het meest in gevaar brengt. Dat God op een andere manier bestaat dan jij en ik, zo anders zelfs dat Hendrikse besluit te zeggen dat God niet bestaat – nou ja, daarover heb ik gezegd wat ik heb gezegd. Nieuw is het niet en verontrustend hoeft het ook zeker niet te zijn. Wat hij zegt over de bijbel is evenmin nieuw, zij het soms wel erg kort door de bocht. Persoonlijk benader ik de bijbel wat anders, maar daarover kom ik later nog wel eens te spreken. Maar dat het in de kerk niet meer uitsluitend over Jezus hoeft te gaan – want dat is de strekking van het laatste hoofdstuk -, dat gaat me echt te ver!

Ik lees dit laatste hoofdstuk met zeer gemengde gevoelens. Zijn kritiek op het taalgebruik, de verknochtheid aan verjaarde vormen en tradities, de eenkennigheid en benepenheid, zijn mij uit het hart gegrepen. Ook ik heb vaak een oproep gedaan tot verandering, tot vernieuwing, tot radicale schoonmaak. Hendrikse stelt een rijkdom aan vormen aan die uitdaagt en prikkelt: ‘Het aanbod is uitgebreid en gevarieerd: lezingen, bezinningsbijeenkomsten, cursussen, muziek, meditatie, stilte, boek- en filmbesprekingen, kunst, verhalen voor groot en klein, poëzie, spiritueel knutselen enzovoort.’ (p. 199). Mijn handen jeuken om aan de slag te gaan: frisse vormen en uitdagende programma’s. Kerk in de steigers - prima! Als ik dit lees is het alsof ik me in kringen van de ´emerging church´ bevind.

Maar de andere kant van het verhaal is dit. De kerk waarvan Hendrikse droomt biedt alle ruimte voor alle soorten van spiritualiteit. Jezus krijgt concurrentie van Boeddha, Socrates, Confusius, Ghandi en Albert Schweitzer. ‘Geen Zoon van God, geen opgestane verzoener, verlosser of middelaar, maar voorbeeldmens, superhumanist, wijsheidsleraar, wegwijzer naar het jodendom, inspirator in de strijd tegen onderdrukking, of noem maar op’ (p. 199). Daarom liggen in de ‘kerk’ van Henrikse naast de bijbel ook de Koran, de Veda’s, de boeken van de Dalai Lama, Toon Tellegen en de krant. ‘De accenten zijn verschoven: van christelijke godsdienst naar religie of spiritualiteit’ (p.198).

Niet alleen ben ik het hier fundamenteel met hem oneens, ik denk ook dat het inconsequent is. Wie zegt dat een slager niet langer alleen vlees moet verkopen, maar ook brood, groente, tijdschriften, snoep en frisdrank, heeft het niet meer over een slagerij, maar over een supermarkt. Wie voorstelt uit alle religieuze tradities te putten, heeft het niet meer over de kerk, maar over een ´vereniging voor algemene spiritualiteit´ of een ´genootschap voor interreligieuze dialoog´. Met beide hoeft niets mis te zijn – ze kunnen bijdragen aan wederzijds begrip - maar het is niet langer kerk. Kerk is nou eenmaal ‘gemeente van de Heer’, in de kerk gaat het over Jezus. Het gaat dan nog niet eens over de vraag op welke manier Jezus ter sprake komt, zolang hij maar ter sprake komt. Dat is geen theologische keuze, maar een taalkundige: kerk is christelijke kerk en dus: ‘kerk van Jezus’.

Hier is de metafoor van het kind en het badwater van toepassing. Kerken zeggen nogal eens dat ze hun eenheid zoeken in Jezus of in de bijbel, maar bedoelen dan: in een bepaalde opvatting over Jezus of in een bepaalde opvatting over de bijbel. Wie niet Jezus kan of wil belijden als de Zoon van God als 2e persoon van de Heilige Drie-eenheid hoort er niet bij. Wie het Koninkrijk van God als centrale boodschap ziet in plaats van de verzoening door een offer wordt als een ‘ketter’ beschouwd. En wie niet gelooft in inspiratie van de bijbel en een fundamentalistisch letterlijk verstaan daarvan wordt beschouwd als een afvallige. Ik spreek uit ervaring, want toen ik ‘uit deze theologische bolwerken viel’ (ik kan het niet anders dan zo zeggen), ben ik door voorheen-broeders verguist en veroordeeld. Dat maakt mij nog altijd verdrietig of soms zelfs boos.

Dat Hendrikse daar de strijd tegen aanbindt is niet meer dan terecht. Als ik dus zeg dat het om Jezus zou moeten gaan in de kerk, bedoel ik niet een ‘leer over Jezus’ en als ik zeg dat de kerk een kring rond een geopende bijbel is, bedoel ik niet een kring die hetzelfde denkt over die bijbel. En ook hoeft de keuze voor de kerk (en daarmee voor het evangelie van Jezus) niet per se te betekenen dat je een oordeel hebt over andere godsdiensten en hun waarheidsgehalte. Maar betrokkenheid bij de kerk veronderstelt wel een keuze: hier ga ik voor.

Dat is dan ook wat de kerk wat mij betreft is: een gemeenschap die zich verbonden weet met Jezus. De één zal zich dan verbinden met zijn leven, de ander met zijn dood en opstanding. De één zal zijn wonderen willen begrijpen, de ander zoekt naar de betekenis van zijn woorden. Daarover kan gesproken en nagedacht worden, op alle creatieve en moderne manieren die ook Hendrikse voorstelt… maar het blijft een nadenken en zoeken in en rond het Evangelie. Voor mij persoonlijk betekent dat: zoeken naar het Koninkrijk waarover Jezus sprak en waar hij zijn leerlingen voor op weg stuurde. Wat dat is, daarover kom ik later te spreken.

Het boek van Klaas Hendrikse nam ik als uitgangspunt voor een aantal blogjes. Veel heb ik laten liggen. Ik ben nog lang niet uitgeschreven en uitgedacht. Maar de bespreking van het boek van Hendrikse rond ik hiermee wel af. Op een aantal punten ben ik het vrij fundamenteel oneens met hem, zoals je hebt gemerkt. Dat neemt niet weg dat ik de moed van deze man bewonder en hem hartelijk bedank voor de uitdaging die hij biedt aan de kerk van deze tijd om na te denken over fundamentele keuzes die we zullen moeten maken.

Boele P. Ytsma
www.zoekendgeloven.nl

1 reactie(s) (klik hier om te reageren!):

Nico-Dirk zei

Nu ik zo je blogs over Hendrikse lees, en de video gezien heb, ontstaat er een heel divers beeld.

Enerzijds een klassiek vrijzinnig en modernistische aanpak die uitkomt op een vorm van ietsisme danwel voldoen aan religieusconsument gedrag en anderzijds een nadruk op "doen, onderweg gaan, god laten gebeuren" wat weer helemaal niet consumerend ingesteld is. Het laatste smaakt bijna postmodern.

Zeker op die video was helder dat Klaas een drive heeft om god relevant en tastbaar te maken, hij heeft een bijna missionaire passie als je h'm dan hoort. Het is tof dat hij dat niet meteen vertaalt in grote woorden bij een ziekbed, kleine woorden zijn vaak beter, geven ruimte voor de Gebeurtenis.
Daarin herken ik stukjes van gebedspastoraat van bijna pittig charismatische snit. Verder klinkt Hendrikse soms als een pure emerger.

Tegelijk laat Klaas de mens uiteindelijk alleen zitten, althans zo pik ik het op. Net als jij wil ik niet om Jezus heen.

Met Jezus zou ik toch door willen steken naar zijn mens zijn en ons bestaan als voortkomend uit God. En daar kan ik als mens mee worstelen.
Da's een (fors) stukje meer dan Hendrikse zegt en hopelijk genoeg om zijn terechte kritiek op veel kerkse realiteit te ondervangen.

dank voro je recenties!

 

blogger templates | Make Money Online