maandag, april 06, 2009

We waren ooit evangelisch, we zijn emerging – maar wat nu? (3)

Er is op tal van blogs een levendige discussie ontstaan naar aanleiding van de genoemde symposia en boeken. Emerging church valt weliswaar niet samen met wat daarvan zichtbaar is op internet, maar velen die zich zo noemen blijken niet alleen te beschikken over een vaardige pen maar vaak ook over een eigen virtuele zeepkist, de weblog genaamd. En de blogosfeer zindert – ik doe er naar hartelust aan mee. Hierbij mijn derde en voorlopig laatste deel van de reflecties op ‘Pionieren voor het Koninkrijk’ en ‘Ooit evangelisch’. Een aantal boekbesprekingen hou je nog van me tegoed.

(3) Nieuwe focus en de ‘tweede spontaniteit’

Emergers zijn actief op internet en zijn intensief met elkaar in gesprek. Zo’n anderhalf jaar geleden stuitte ik zelf voor het eerst op de voor mij onbekende naam ‘emerging church’ en ik herkende veel van wat ik las bij de voornamelijk Engelstalige bloggers die ik ontdekte. Zonder te weten van het bestaan ervan, bleek ik te horen bij een nieuwe stroming in het kerkelijk landschap. Korte tijd later ontdekte ik tot mijn eigen verbazing dat ik zelfs actief gelezen werd door bloggers in Nederland die zichzelf met dezelfde naam tooiden. Ik was herkend als een ‘emerging blogger’.

Nu, anderhalf jaar later, moet ik constateren dat ik me ook heb gedragen als een emerging blogger. Want één van de kenmerken van deze soort is hun hoge mate van zelfreflectie (Jos Douma gebruikte zelfs het woord ‘hyperreflectie’ in zijn antwoord op mijn blog van gisteren). Een belangrijk deel van het emerging debat lijkt te bestaan uit de vraag ‘wat is emerging?’. Of het nu gaat over nieuwe kerkvormen, liturgie of spiritualiteit, over ethiek, maatschappijkritiek of theologie - steeds weer klinken de vragen: wat is emerging church? wat is emerging theology? wat is emerging…? De vraag beheerste ook het plenaire gesprek op het symposium van afgelopen donderdag: wat is de emerging church ten opzichte van de gevestigde kerk?

En nee, ik zal daar beslist niet schamper over doen. Deze reflectie, zelfs deze zelfreflectie is zinvol en waarschijnlijk zelfs noodzakelijk. Gisteren vertelde ik je over de verschuiving van het beschrijvende begrip naar het voorschrijvende begrip ‘emerging’. Annedien Hoen reageerde daar buitengewoon scherpzinnig op: “Als je een historisch perspectief toevoegt waren alle stromingen binnen de Christelijke kerk "emerging" en was het Christendom ooit een "emerging church" binnen een bepaalde context.” Inderdaad, dit proces voltrok zich vaker! Volgens Phyllis Tickle in ieder geval elke 500 jaar (The great Emergence). En dus – zo leek de conclusie van Annedien – is het terecht dat je je aandacht verschuift van het ‘dat’, naar het ‘wat’ van de verandering… Reflectie dus. Het heeft te maken met volwassenwording van een nieuwe beweging. Met een knipoog voegde ze daaraan toe: “voor je het weet is wat wij nu ‘emerging’ noemen alweer ‘traditioneel’.” Inderdaad, nog één stapje verder en je bent bij het scenario van Peter Tuin, die over twintig jaar een boek voorziet onder de titel ‘Ooit Emerging – einde van een zoektocht’.

Zelfreflectie als een fase in de volwassenwording – het zal nog wel even voortgaan, denk ik. Ook ik zal daar nog wel eens over schrijven. Maar misschien zijn we intussen ook wel toe aan de volgende fase. Ik zou dat de fase van de ‘tweede spontaniteit’ willen noemen (analoog aan wat in de hermeneutiek de eerste en de tweede naïviteit heet). De ‘eerste spontaniteit’ was het eenvoudigweg ontstaan van de nieuwe initiatieven, zonder dat zij zich zelf ervan bewust waren dat ze deel uitmaakten van een stroming of beweging – de oorspronkelijke ‘emerge’, zeg maar. Vervolgens verdween een deel van die spontaniteit, omdat we gingen nadenken over wat we waren en zijn: de huidige reflectie, zelfreflectie of zelfs hyperreflectie. We werden ons bewust van het feit dat we ‘emerging’ zijn. Een zinvol bewustzijn, zeker, maar niet als laatste stadium. Zou het kunnen zijn dat we inmiddels toe zijn aan de volgende fase? – de ‘tweede spontaniteit’: gewoon weer aan de slag met wat we aan het doen waren - maar nu met het bewustzijn dat we behoren bij een bredere stroom, emerging church genaamd.

Een tweede spontaniteit – en daarbij hoort hernieuwde focus. Minder zelfreflectie, minder demarcatiedebatten, minder zoeken naar kenmerken. En meer aan het werk, of misschien meer meditatie en contemplatie (maar ook dat moet je ‘doen’). Laat dan iedereen het deel oppakken dat bij hem of haar past. Praktisch aan de slag in achterstandswijken en VINEX-wijken of experimentele vieringen in hippe zaaltjes. Trouw pastoraat plegen en preken verzorgen in gevestigde kerken of juist de vernieuwing zoeken in liturgie en muziek. Verdieping zoeken in het leven van het ‘Koninkrijk van God’ of juist grondige studie van de bijbel en de postmoderne denkers. Bezinning op nieuwe media en sociale platforms of creatieve en artistieke verwerking van Koninkrijksdenken... En de lijst kan eindeloos worden uitgebreid. Maar hoe het ook zij: aan de slag!

De charme van deze tweede spontaniteit is dat we van elkaar weten, dat we van elkaar kunnen leren en genieten. We zijn ons immers bewust geworden van het feit dat er meer aan de hand is dan de toevallige samenkomst van enkele individuele pioniers. Er is een beweging, er komt wat op, het borrelt en stuwt onder de oppervlakte. Luctor et emergo! En het heet emerging church als het herkend wordt als uiting van een nieuwe creatieve geest, als het tintelt van nieuwe hoop, als het de taal van de postmoderne mens verstaat en spreekt, als het bereid is diep af te dalen in het weerbarstige leven van de 21e eeuw. Met nieuwe focus!

Ik ga maar weer gewoon aan de slag, denk ik.

Boele P. Ytsma
zoekendgeloven.nl

5 reactie(s) (klik hier om te reageren!):

relirel zei

Boele, zoals zo vaak verwoord je het weer geweldig.

Ik hoop echter dat we allemaal, en ik heb daar zelf zeker behoefte aan, lekker praktisch gaan worden, maar dat er tevens een aantal `denkers' zijn die (ook) bezig blijven met denken, doordenken en nieuwdenken. Dat is nodig, juist wanneer we praktisch worden. Dit denkproces is nl. zo intensief en diepgaand dat we er nog wel een paar decennia voor nodig hebben voor het enigzins is geland in ons hart, vermoed ik.

Tineke zei

niet een directe reactie op deze of andere blogs.
meer een opmerking die ik in deze blogomgeving wel even kwijt wil
vanavond was het onderwerp van de Alpha avond de kerk.
in de gespreksgroep waaraan ik mee leiding geef gaf iemand aan dat ze aan het rondkijken was naar een andere vorm van kerkzijn en ze had iets ontdekt van de emerging church, een groep of iets dergelijks in Soest.

ik heb haar aangeraden vooral rond te kijken wat bij haar en haar gezin past.

jjterbeek zei

@ Tineke

Misschien zijn er vele emerging churches in Soest zonder dat we het van elkaar weten... maar je Alpha groepslid is welkom hoor in Soest...
http://nomadensoest.wordpress.com

Benjamin zei

Beste Boele,

als medewerker van de CHE sloop ik vrijdag een half uurtje binnen bij Ooit evangelisch. Ik herken inderdaad je woorden dat de "atmosfeer zwanger was van emotie". Wist je trouwens dat ook NRC er aandacht aan heeft besteeds: http://www.nrc.nl/binnenland/article2203579.ece/Gesloten_cultuur_jaagt_gelovige_weg ?

Wat je zegt over de 'tweede spontaniteit' spreekt me erg aan. Al dat gepraat en geblog is kennelijk een natuurlijke fase waar de emerging church beweging doorheen moet. Maar hoeveel mensen zijn nu echt in de afgelopen jaren tot bekering gekomen? Hoeveel levens zijn tot vernieuwing gekomen omdat mensen ontdekken dat ze in Jezus vrij zijn gemaakt?

Annedien zegt inderdaad wijze dingen. Zelf kom ik uit de Vergadering van gelovigen (VVG), toch echt de 'emerging church' van vroegah (niet lachen). Precies dit is wat me wel eens stoort bij emerging bloggers. Het eureka gevoel alsof het christendom al 2000 jaar heeft zitten wachten op contextueel gemeentezijn. Er is niets nieuws onder de zon! Emerging church is de VVG van de 21e eeuw, en de VVG zal ongetwijfeld ook haar voorlopers hebben gehad. En over 30 jaar zijn wij inderdaad ook ´Ooit emerging´ en is het de vraag of wij onze kinderen de ruimte gunnen om te ploeteren en pionieren! (Mocht het 'nu nog niet' dan niet al zijn aangebroken!)

Super wat er nu allemaal gebeurd, en ik probeer mijn steentje bij te dragen onder het studentenwerk. Ik volg je blog zo nu en dan, bedankt voor je bijdragen!

Groeten,
Benjamin

ronnie zei

Verdieping zoeken in het leven van het ‘Koninkrijk van God’ en grondige studie van de bijbel
-----------------------------
Ik wil graag de aandacht vestigen op een folder welke werd aangeboden'en mij zeer trof,dit in verband met het bovenstaande .
--------------------------
Gedachtenisviering (Avondmaal des Heren)
Definitie: Een maaltijd ter gedachtenis aan de dood van Jezus Christus, de dood die verstrekkender gevolgen heeft gehad dan die van enig ander mens. Het is de enige gebeurtenis die de Heer Jezus Christus zijn discipelen geboden heeft te gedenken. De herdenking staat ook bekend als het Avondmaal des Heren. — 1 Kor. 11:20.
Wat is de betekenis van de Gedachtenisviering?
Tot zijn getrouwe apostelen zei Jezus: „Blijft dit tot een gedachtenis aan mij doen” (Luk. 22:19). Toen de apostel Paulus aan leden van de door de geest verwekte christelijke gemeente schreef, voegde hij eraan toe: „Zo dikwijls als gij dit brood eet en deze beker drinkt, blijft gij de dood des Heren verkondigen totdat hij gekomen zal zijn” (1 Kor. 11:26). De Gedachtenisviering vestigt dus speciaal de aandacht op de betekenis van de dood van Jezus Christus in de verwezenlijking van God's voornemen. Ze beklemtoont de betekenis van Jezus’ offerandelijke dood vooral in verband met het nieuwe verbond en de wijze waarop zijn dood van invloed is op degenen die met hem erfgenamen van het hemelse koninkrijk zullen zijn. — Joh. 14:2, 3; Hebr. 9:15.
De Gedachtenisviering herinnert ons er ook aan dat Jezus’ dood en de wijze waarop hij stierf — in overeenstemming met Gods in Genesis 3:15 en daarna bekendgemaakte voornemen — ten doel hadden Jahweh’s naam te rechtvaardigen. Doordat Jezus tot aan zijn dood trouw bleef, bewees hij dat Adams zonde niet te wijten was aan een fout bij de schepping van de mens, maar dat een mens zelfs onder zware druk in staat is om volmaakte godvruchtige toewijding aan de dag te blijven leggen. Aldus heeft Jezus God als Schepper en Universele Soeverein gerechtvaardigd. Bovendien was het God's voornemen dat door Jezus’ dood het volmaakte menselijke slachtoffer verschaft zou worden dat nodig was om Adams nageslacht los te kopen en het aldus mogelijk te maken dat — ter verwezenlijking van God’s oorspronkelijke voornemen en als blijk van zijn grote liefde voor de mensheid — miljarden mensen die geloof zouden oefenen, eeuwig op een paradijsaarde zouden leven. — Joh. 3:16; Gen. 1:28.
Wat rustte er die laatste nacht dat hij als mens op aarde was, een enorme last op Jezus! Hij wist wat het voornemen van zijn hemelse Vader met betrekking tot hem was, maar hij wist ook dat hij zich onder beproeving getrouw moest betonen. Wat een smaad zou het voor zijn Vader hebben betekend en wat een verlies zou het voor de mensheid zijn geweest indien hij gefaald had! Met het oog op alles wat er door zijn dood tot stand zou worden gebracht, was het zeer passend dat Jezus gebood deze gebeurtenis te gedenken.
Wat is de betekenis van het brood en de wijn?
Over het ongezuurde brood dat Jezus bij de instelling van de Gedachtenisviering aan zijn apostelen gaf, zei hij: „Dit betekent mijn lichaam” (Mark. 14:22). Dat brood symboliseerde zijn eigen zondeloze vleselijke lichaam. Hij zou dit geven ten behoeve van de toekomstige levensvooruitzichten van de mensheid, en bij deze gelegenheid wordt speciaal de aandacht gevestigd op de levensvooruitzichten die daardoor mogelijk zijn gemaakt voor degenen die uitgekozen zouden worden om met Jezus in het hemelse koninkrijk te delen.
Toen Jezus de wijn aan zijn getrouwe apostelen doorgaf, zei hij: „Dit betekent mijn ’bloed van het verbond’, dat ten behoeve van velen vergoten zal worden” (Mark. 14:24). Die wijn symboliseerde zijn eigen levensbloed. Door middel van zijn vergoten bloed zou vergeving van zonden mogelijk zijn voor degenen die er geloof in stellen. Bij deze gelegenheid legde Jezus de nadruk op de reiniging van zonden die daardoor mogelijk gemaakt zou worden voor zijn toekomstige medeërfgenamen. Zijn woorden geven ook te kennen dat door zijn bloed het nieuwe verbond tussen God en de met de geest gezalfde christelijke gemeente van kracht zou worden.
Zie ook blz. 294-296, onder „Misoffer”.
Wie gebruiken van het brood en de wijn?
Wie gebruikten van het brood en de wijn toen Jezus kort voor zijn dood het Avondmaal des Heren instelde? Elf getrouwe volgelingen tot wie Jezus zei: „Ik sluit een verbond met u, evenals mijn Vader een verbond met mij heeft gesloten, voor een koninkrijk” (Luk. 22:29). Zij waren allen personen die uitgenodigd werden om met Christus in zijn hemelse koninkrijk te delen (Joh. 14:2, 3). Allen die thans van het brood en de wijn gebruiken, dienen ook personen te zijn die Christus in dat ’verbond voor een koninkrijk’ opneemt.
Hoeveel deelnemers zijn er? Jezus zei dat slechts een „kleine kudde” het hemelse koninkrijk als beloning zou ontvangen (Luk. 12:32). Het volledige aantal zou 144.000 bedragen (Openb. 14:1-3). Met het uitkiezen van deze groep werd in 33 G.T. een aanvang gemaakt. Redelijkerwijs zou er in deze tijd nog maar een klein aantal deelnemers zijn.
Geeft Johannes 6:53, 54 te kennen dat alleen de deelnemers eeuwig leven zullen verwerven?
Joh. 6:53, 54: „Jezus [zei] tot hen: ’Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: Indien gij het vlees van de Zoon des mensen niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij geen leven in uzelf. Wie zich met mijn vlees voedt en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en ik zal hem op de laatste dag opwekken.’”
Dit eten en drinken zou vanzelfsprekend in figuurlijke zin dienen te gebeuren; anders zou degene die dit deed, Gods wet overtreden (Gen. 9:4; Hand. 15:28, 29). Gelieve echter op te merken dat Jezus’ uitspraak in Johannes 6:53, 54 niet werd gedaan in verband met de instelling van het Avondmaal des Heren. Niemand van degenen die hem hoorden, had enig idee van een viering waarbij brood en wijn werden gebruikt om Christus’ vlees en bloed af te beelden. Die regeling werd pas ongeveer een jaar later ingevoerd, en het verslag van de apostel Johannes omtrent het Avondmaal des Heren begint in het Evangelie dat zijn naam draagt pas meer dan zeven hoofdstukken later (in Johannes 14).
Hoe kan men dan in figuurlijke zin ’het vlees van de zoon des mensen eten en zijn bloed drinken’ anders dan door van het brood en de wijn bij de Gedachtenisviering te gebruiken? Merk op dat Jezus zei dat degenen die aldus aten en dronken, „eeuwig leven” zouden hebben. Wat was volgens zijn eerdere uitspraak in vers 40, toen hij uitlegde wat mensen moesten doen om eeuwig leven te hebben, de wil van zijn Vader? Dat „een ieder die de Zoon aanschouwt en geloof in hem oefent, eeuwig leven moge hebben”. Redelijkerwijs „eet” men dus in figuurlijke zin ’van zijn vlees’ en „drinkt” men figuurlijk gesproken ’van zijn bloed’ door geloof te oefenen in de verlossende kracht van Jezus’ vlees en bloed, dat hij als offer heeft gebracht. Dit oefenen van geloof wordt vereist van allen die de volheid des levens zullen verwerven, hetzij in de hemel met Christus of in het aardse Paradijs.
Hoe vaak dient de Gedachtenisviering gehouden te worden, en wanneer?
Jezus heeft niet specifiek vermeld hoe vaak ze gehouden moest worden. Hij zei eenvoudig: „Blijft dit tot een gedachtenis aan mij doen” (Luk. 22:19). Paulus zei: „Want zo dikwijls als gij dit brood eet en deze beker drinkt, blijft gij de dood des Heren verkondigen totdat hij gekomen zal zijn” (1 Kor. 11:26). De uitdrukking „zo dikwijls” hoeft niet vele malen per jaar te betekenen; het kan eens per jaar betekenen, maar dan over een periode van vele jaren. Als u een belangrijke gebeurtenis herdenkt, uw trouwdag bijvoorbeeld, of als een natie een belangrijke gebeurtenis in haar geschiedenis herdenkt, hoe dikwijls wordt dat dan gedaan? Eens per jaar, op de verjaardag ervan. Dit zou ook in overeenstemming zijn met het feit dat het Avondmaal des Heren werd ingesteld op de dag van het joodse Pascha, een jaarlijkse viering die door de tot het christendom bekeerde joden niet langer in acht genomen hoefde te worden.
zo houden Jehovah’s Getuigen de Gedachtenisviering op 14 Nisan na zonsondergang, volgens de berekening van de kalender die in de eerste eeuw door de joden werd gebruikt. De joodse dag begint bij zonsondergang en duurt tot de volgende zonsondergang. Jezus stierf dus op dezelfde joodse kalenderdag als waarop hij de Gedachtenisviering instelde. De maand Nisan begon met de zonsondergang nadat de nieuwe maan die het dichtst bij de lente-equinox lag, in Jeruzalem zichtbaar werd. De datum van de Gedachtenisviering is 14 dagen daarna. (Het kan dus voorkomen dat de datum voor de Gedachtenisviering niet samenvalt met die waarop hedendaagse joden hun Pascha vieren. Hoe komt dat? Het begin van hun kalendermaanden is zo vastgesteld dat die samenvalt met de astronomische nieuwe maan, niet met het tijdstip waarop de nieuwe maan boven Jeruzalem zichtbaar wordt, wat wel 18 tot 30 uur later kan zijn. Bovendien houden de meeste joden het Pascha thans op 15 Nisan, en niet op de 14de, waarop Jezus het in overeenstemming met de Mozaïsche wet vierde.)
-------------------------------
Hoe dan ook,ik ga deze korte lezing wel even volgen op de 14 Nisan -8 April in het licht van Handelingen 17:10, 11)
Ronnie

 

blogger templates | Make Money Online