
Schuldgevoel is een vreemd ding. Wie zich schuldig voelt meent snel dat het gaat over datgene waarover hij zich schuldig voelt. Ik heb verzuimd de afwas te doen en als dan iemand verzucht ‘er is geen schoon kopje meer…’ meen ik daarin een verwijt te horen, terecht of niet. Soms het begin van verwarrende conversaties, met als inzet: is er wel of niet een verwijt geuit? Het gebeurt tussen ouders en kinderen, tussen partners in de liefde en tussen zakelijke partners. Wie zich (al of niet met reden) schuldig voelt zal snel menen dat de ander een sneer maakt naar ‘de schuldige daad’ of het ‘schuldige verzuim’.
Ik moet constateren dat veel senioren in de kerk zich schuldig voelen over de afwezigheid van jongere generaties in de kerk: een zuchtend ‘wij hebben het fout gedaan’, of minimaal de vraag: ‘wát hebben wij fout gedaan?’ En laat ik meteen zeggen: ik oordeel niet over de rechtmatigheid daarvan – ik constateer slechts het aanwezige schuldgevoel. Ik krijg namelijk reacties waarin mij wordt verweten dat ik het hen verwijt. Ik zou hebben gezegd: de ouderen hebben de jongeren de kerk uitgejaagd. Nu suggereerde de kop bij mijn overgenomen weblog in Trouw dat inderdaad, maar dat is dan weer de ‘schuld’ (!) van de redactie – want daar wist ik niets van… Maar de strekking van mijn verhalen was een andere: ik maakte de oude generatie geen verwijt over het vertrek van jongeren, maar sprak hen aan op hun verantwoordelijkheid daarin.
Wie goed leest, ziet dat ik de leegloop van de kerk vooral in relatie breng met de snelle omwentelingen van de tijd (opkomst van het postmodernisme, de postchristelijke cultuur en de netwerksamen-leving) – veranderingen die elk klassiek instituut in haar voegen doet kraken. Daar kan geen mens wat aan doen. Maar het vraagt wel om adequaat handelen en dát ontbreekt nogal eens – bij ouderen én bij jongeren! Adequaat handelen zou hier o.a. betekenen: geef de jonge generatie, de generatie die zelf actief deelneemt aan die postmoderne, postchristelijke netwerksamenleving, de uitdagende verantwoordelijk-heid voor een nieuwe kerk, een kerk van de 21e eeuw! Dat wil niet zeggen dat ouderen weg moeten – absoluut niet. En dat wil evenmin zeggen dat de senioren de schuld hebben. Maar wel dat er een overdracht van verantwoordelijkheid en van ‘geestelijk eigendom’ moet plaatsvinden: er is een nieuwe generatie aan zet! Dat vraag om een generatie die dat kan geven én om een generatie die durft te nemen! Enfin, ik val in herhaling.
Ik leg dus geen schuld bij de ouderen, maar spreek hen aan op hun verantwoordelijkheid, die in mijn ogen vooral betekent dat ze verantwoordelijkheid durven over te dragen. Het is een bekend probleem dat verantwoordelijkheid door de ontvangende partij pas wordt genomen als de ander werkelijk loslaat – veelal geen moment eerder. Soms moet het vacuüm eerst gevoeld worden! En ik zie grote aarzeling bij de senioren in de kerk om werkelijk los te laten uit angst dat er niets op dat vacuüm zal volgen. Tegelijk voel ik bij mijn eigen generatie soms een lethargische houding – zij lijken vooral te wachten… Maar waarop dan?
Meer dan eens heb ik op dit weblog gepleit voor een Nederlandse variant van de ‘Mixed Economy’: naast de bestaande kerk radicaal en structureel ruimte voor een nieuwe kerk. Niet in plaats van en ook niet een beetje in de marge: maar voluit en rechtsgeldig naast het bestaande. En ik wil dat pleidooi graag herhalen: laten plaatselijke en landelijke kerken alsjeblieft ruimte maken voor een nieuwe kerk in hun midden. Geef de generatie die we nu problematisch ‘het gat’ noemen een vrijplaats om kerk te zijn - of te worden - op een manier die bij hen past: fresh expressions!
En dat is – laat dat toch duidelijk zijn! – niet vrijblijvend. Dat is zelfs bijzonder veeleisend en ingrijpend! Dat zal ook niet iedereen aandurven. Want dan is het gedaan met het geklaag dat ‘de ouderen’ ons niet begrijpen. Dan is het voorbij met het exposeren van wat er allemaal fout is gegaan. Laten we zélf zichtbaar maken hoe Koninkrijk van God er uitziet in de 21e eeuw. Wij, de twintigers, dertigers en veertigers, zijn immers de generatie die daarin leeft en werkt. En als we dat zelf ook niet goed weten, laat ons dan de zoektocht daarnaar tot thema maken. Ja: zoekend geloven – daar is niets mis mee! Of zoekend kerk-zijn, wat mij betreft. Maar dat zoeken gaat niet aan het geloven vooraf en het zoeken gaat ook aan het kerk-zijn niet vooraf. Zoeken is geloven, dat was het in de bijbel al – lees de Psalmen.
Kortom: geen verwijten. Maar ook geen geruststellende woorden als ‘het valt nog wel mee’, ‘ze komen wel weer terug’ of ‘het is altijd al zo geweest’. We staan werkelijk op een kantel-moment in de tijd en kantelmomenten vragen om dappere pioniers. Dat kunnen overigens net zo goed senioren zijn, maar deze pionierende senioren zullen de eersten zijn die het met mij eens zijn dat het initiatief nu moet liggen bij de jongere generaties.
Waar wachten we op?
Boele P. Ytsma
zoekendgeloven.nl
Ik moet constateren dat veel senioren in de kerk zich schuldig voelen over de afwezigheid van jongere generaties in de kerk: een zuchtend ‘wij hebben het fout gedaan’, of minimaal de vraag: ‘wát hebben wij fout gedaan?’ En laat ik meteen zeggen: ik oordeel niet over de rechtmatigheid daarvan – ik constateer slechts het aanwezige schuldgevoel. Ik krijg namelijk reacties waarin mij wordt verweten dat ik het hen verwijt. Ik zou hebben gezegd: de ouderen hebben de jongeren de kerk uitgejaagd. Nu suggereerde de kop bij mijn overgenomen weblog in Trouw dat inderdaad, maar dat is dan weer de ‘schuld’ (!) van de redactie – want daar wist ik niets van… Maar de strekking van mijn verhalen was een andere: ik maakte de oude generatie geen verwijt over het vertrek van jongeren, maar sprak hen aan op hun verantwoordelijkheid daarin.
Wie goed leest, ziet dat ik de leegloop van de kerk vooral in relatie breng met de snelle omwentelingen van de tijd (opkomst van het postmodernisme, de postchristelijke cultuur en de netwerksamen-leving) – veranderingen die elk klassiek instituut in haar voegen doet kraken. Daar kan geen mens wat aan doen. Maar het vraagt wel om adequaat handelen en dát ontbreekt nogal eens – bij ouderen én bij jongeren! Adequaat handelen zou hier o.a. betekenen: geef de jonge generatie, de generatie die zelf actief deelneemt aan die postmoderne, postchristelijke netwerksamenleving, de uitdagende verantwoordelijk-heid voor een nieuwe kerk, een kerk van de 21e eeuw! Dat wil niet zeggen dat ouderen weg moeten – absoluut niet. En dat wil evenmin zeggen dat de senioren de schuld hebben. Maar wel dat er een overdracht van verantwoordelijkheid en van ‘geestelijk eigendom’ moet plaatsvinden: er is een nieuwe generatie aan zet! Dat vraag om een generatie die dat kan geven én om een generatie die durft te nemen! Enfin, ik val in herhaling.
Ik leg dus geen schuld bij de ouderen, maar spreek hen aan op hun verantwoordelijkheid, die in mijn ogen vooral betekent dat ze verantwoordelijkheid durven over te dragen. Het is een bekend probleem dat verantwoordelijkheid door de ontvangende partij pas wordt genomen als de ander werkelijk loslaat – veelal geen moment eerder. Soms moet het vacuüm eerst gevoeld worden! En ik zie grote aarzeling bij de senioren in de kerk om werkelijk los te laten uit angst dat er niets op dat vacuüm zal volgen. Tegelijk voel ik bij mijn eigen generatie soms een lethargische houding – zij lijken vooral te wachten… Maar waarop dan?
Meer dan eens heb ik op dit weblog gepleit voor een Nederlandse variant van de ‘Mixed Economy’: naast de bestaande kerk radicaal en structureel ruimte voor een nieuwe kerk. Niet in plaats van en ook niet een beetje in de marge: maar voluit en rechtsgeldig naast het bestaande. En ik wil dat pleidooi graag herhalen: laten plaatselijke en landelijke kerken alsjeblieft ruimte maken voor een nieuwe kerk in hun midden. Geef de generatie die we nu problematisch ‘het gat’ noemen een vrijplaats om kerk te zijn - of te worden - op een manier die bij hen past: fresh expressions!
En dat is – laat dat toch duidelijk zijn! – niet vrijblijvend. Dat is zelfs bijzonder veeleisend en ingrijpend! Dat zal ook niet iedereen aandurven. Want dan is het gedaan met het geklaag dat ‘de ouderen’ ons niet begrijpen. Dan is het voorbij met het exposeren van wat er allemaal fout is gegaan. Laten we zélf zichtbaar maken hoe Koninkrijk van God er uitziet in de 21e eeuw. Wij, de twintigers, dertigers en veertigers, zijn immers de generatie die daarin leeft en werkt. En als we dat zelf ook niet goed weten, laat ons dan de zoektocht daarnaar tot thema maken. Ja: zoekend geloven – daar is niets mis mee! Of zoekend kerk-zijn, wat mij betreft. Maar dat zoeken gaat niet aan het geloven vooraf en het zoeken gaat ook aan het kerk-zijn niet vooraf. Zoeken is geloven, dat was het in de bijbel al – lees de Psalmen.
Kortom: geen verwijten. Maar ook geen geruststellende woorden als ‘het valt nog wel mee’, ‘ze komen wel weer terug’ of ‘het is altijd al zo geweest’. We staan werkelijk op een kantel-moment in de tijd en kantelmomenten vragen om dappere pioniers. Dat kunnen overigens net zo goed senioren zijn, maar deze pionierende senioren zullen de eersten zijn die het met mij eens zijn dat het initiatief nu moet liggen bij de jongere generaties.
Waar wachten we op?
Boele P. Ytsma
zoekendgeloven.nl






2 reactie(s) (klik hier om te reageren!):
Dat er verantwoordelijkheid moet worden "toevertrouwd" aan de nieuwe generaties, daar ben ik het mee eens.
Tegelijkertijd ben ik van mening dat nieuwe generaties met die verantwoordelijkheid ook een "erfenis" meekrijgen - met schulden en tegoeden. Je kunt niet doen alsof die er niet is en alsof je met een "schone lei" zou kunnen beginnen.
Het "naast elkaar" is geen probleem (ook nu trouwens niet met al onze denominaties) zolang we elkaar blijven (h)erkennen als medezoekers rondom Jezus. Het probleem voor een "emerging church" van de nieuwe generatie is daarom voor mij de implicatie dat daarmee de "oude kerk" heeft afgedaan. Het mag er wel blijven, maar is eigenlijk (!) een sterfhuisconstructie, een bejaardenoord voor het geloof - "avondrood". Ik vind deze implicatie net zo dodelijk voor kerkzijn als de vaker geuite mening dat "de jeugd" het erbij laat zitten.
In de kerk weiger ik aan leeftijddiscriminatie te doen. Hier mogen krakkemikkige opaatjes (nou ja) Paus zijn - hier mag de zwakheid van de ouden en de rebellie van de jongen hoogtij vieren.
Het creëren van "oefenplaatsen" of "nieuwe vrijplaatsen" creëert naar mijn gevoel tegelijk associaties van "beter". Zoiets als het reclamelabel "NIEUW". Ik vind dat het onmogelijk is de 20 eeuwen tussen Jezus' tijd en de onze, inclusief alle kerkelijke ontwikkelingen, voor het gemak weg te poetsen. Dat is onmogelijk, alleen fundamentalisten proberen dat (pretenderen dat): terug naar de oertijd - alsof er geen ontwikkeling in inzicht kan zijn.
Er is ontwikkeling in inzicht - anders zouden jouw ideeën niet zijn opgekomen. Maar tegelijkertijd mag je daarmee de vorige/vroegere inzichten niet wegpoetsen - het zijn/waren noodzakelijke sporten van de ladder die je hier hebben gebracht.
Je kunt de tak waar je op zit niet afzagen, zonder gevaar voor jezelf.
Het beeld van de ladder in de "levensboom" is misschien goed om op voort te borduren (schiet me net te binnen hoor).
Alleen als je de ladder op een andere plek in de boom wilt zetten (omdat je vanaf de huidige plek niet bij de grote appels kunt), zul je helemaal terug moeten, alle sporten naar beneden.
Goed, dit beeld is nog een embryo - wie kan er iets meer mee?
Zou de "nieuwe kerk" niet gewoon midden in onze kring kunnen worden gezet in plaats van ernaast? Net zoals Jezus dat kleine kind plaatste midden in de kring van zijn leerlingen?
Dat lijkt me veel leuker, uitdagender en "samenlijker"...
christelijker wellicht... ;o)
Goede kanttekening Johan mbt tot gebruik van de term 'Nieuw' en de associatie met 'Beter'. Wat een geweldige wijze inzichten rusten er in het verleden. Maar o, wat verlang ik inderdaad ook naar een 'nieuw binnen het oude'. Helaas blijkt dat vaak onmogelijk. Wij zijn zelf met een groepje onlangs maar een nieuwe gemeente gestart. Nieuw, fris. Deels omdat het nieuwe 'binnen het oude' niet pastte, niet werd geaccepteerd.
Helaas is dat vaak wat ik zie. Als jongeren binnen het 'oude' al een kans krijgen om iets 'nieuws' te doen, komt er snel kritiek van het 'oude' en slinkt de ruimte al snel als sneeuw voor de zon. Na 1 of 2 pogingen komt het erop neer dat jongeren een 'nieuwe kerkvorm' mogen doen, zolang het maar als 2 druppels water op het oude lijkt. Een ouderenkerk, door jongeren dus. Vervolgens frustratie. Van beide kanten. Geen ruimte. Onbegrip. Helaas. Jammer. Jammer.
De toekomst ligt bij de jongere generatie inderdaad. En een gemeente waar de meerderheid (vaak 30+) de ruimte voor de jongeren beperkt onder het mom van 'alles moet hetzelfde blijven, wij hebben immers deze kerk gemaakt tot wat zij nu is en dat moet zo blijven', is een gemeente die haar jeugd kwijtraakt. Voor goed, of aan andere 'nieuwe' vormen van kerk.
Een reactie plaatsen